PKN
Protestantse Gemeente Eijsden
 
Ter overdenking Ter overdenking

Let op de tekenen…
 
Wat verwachten we eigenlijk met Advent? Is er wel iets te verwachten? Typisch eigentijdse vragen.
 
Soms denk ik dat ons leven daar een beetje armoedig door wordt, door die soms wat cynische vragen. Alsof we verwende kinderen zijn. Blasé. We weten het wel, je hoeft mij niks meer te vertellen. Maar je wilt natuurlijk dat er heldere antwoorden zijn, dat het allemaal zo glashelder en vol overtuiging lijkt als in de bijbelse verhalen, in tijden van crisis dus. Kennelijk is er in tijden van onderdrukking of oorlog of ballingschap of bezetting veel te verwachten, veel te verlangen. Maar zelfs bij de grofgebekte Johannes de Doper in zijn dodencel lijkt de twijfel toe te slaan. Ben jij het Jezus, of hebben we een ander te verwachten?
 
Beetje eng
De Doper: heel zijn leven staat in dienst van een diep doorleefd geloof en hij is de enige niet. Zijn thema is verandering: er komen andere tijden, leef daarom in de richting van dat nieuwe. Laat los wat je vast­houdt en wat je bindt. Zo leeft hij zelf ook. Als een zonderling in de woestenij van het snikhete Jordaandal. Gekleed in een grove kameelharen mantel en etend wat de woestijn hem te bieden heeft: sprinkhanen en honing. Hij neemt het leven zoals het zich in zijn situatie aandient. Hij heeft de vrolijke wereld de rug toegekeerd. Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die hem een beetje eng vinden. En gevaarlijk. De overheid laat hem oppakken en gevangen zetten.
 
Hoe verder?
Deze Doper moet in de grote leegte hebben geleefd. Eenzaam in de woestijn. 's Nachts alleen onder die oneindige sterrenhemel. Overdag zoekend naar wat schaduw tegen de felle zon. Is er een weg door de woestijn? De woestijn is immers geen plaats voor mensen, die het moeten hebben van geborgenheid en liefde. De woestijn van het leven is verschrikkelijk. En veel dichterbij dan we zouden willen. De ziekte die je lichaam en geest sloopt. Het verlies - aan de dood of aan het leven - van je geliefde of je kind, je beste vriend, vriendin. Of het verlies van je land dat je moest verlaten... Wie ben je nog, ontworteld, voortgedreven, totaal afhankelijk? Hoe verder? Wat is er te verwachten? Waar zijn de dromen, de visioenen, de woorden die mij troosten? Wat is er geworden van wat ik hoopte, waar ik in geloofde?
 
Goede vragen
Een gesprekskring. Eén van de deelnemers in de kring stort het hart uit. De jeugd was niet fijn geweest. Er moest bijna gevochten worden om iets te bereiken. Later werd hij het slachtoffer van een verdenking op het werk. Hij werd er stil en teruggetrokken van, met nog meer inzet in het werk, krampachtig bijna. Maar de rampen leken zich op te stapelen. Ziekte, het verlies van een geliefde, ontslag, gedwongen verhuizingen. Nee, het leven was niet makkelijk, een leven als in de woestijn, soms zou je er gewoon maar uitstappen. We werden er erg stil van en ongemakkelijk. Totdat een wijze vrouw met soortgelijke levenservaringen vroeg: “wat was er wél goed? Waar gaat je hart nu nog van gloeien? Is je verhaal compleet? Wat zie je over het hoofd?” Het werd stil. Nogal lang eigenlijk. De vraag was hem nooit zo gesteld. Soms kan herkenning goede vragen oproepen.
 
De liefste papa
Toen vertelde hij aarzelend: over de juf uit de derde en vierde klas, die hem op de een of ander manier getroost had in zijn moeilijke jeugdjaren en hem gewoon even over de bol streek. Alsof ze hem begreep en door had en even dicht bij hem was. Ja, dat deed goed toen. “Doet het nu ook nog goed, die herinnering?” “Jazeker”. Het was hem aan te zien. En dat moment dat hij zo bedankt werd omdat hij iemand zo goed had kunnen helpen. En ja, zijn vrouw en kinderen natuurlijk. Je denkt er niet zo gauw aan, het is zo gewoon geworden, maar die tekening van zijn jongste kind: “voor de liefste papa van de hele wereld”. Tranen. Het werd opnieuw stil. De vrouw zei: “tel ze, tel je zegeningen, ook al zijn ze ogenschijnlijk maar zo klein, naast alle kommer en kwel. Ze leven in je hart en met je mee. Het is je gegeven. Ze horen bij je en ze dragen je”. De woorden klonken als een zegen.
 
Zo klein
Wat verwachten we eigenlijk? Is er iets te verwachten? Denken we bij die vragen niet teveel aan een reis op weg naar het grote geluk? Dat het dáár is, in de verte? Dat het aan de horizon is en dat het ooit zal komen, terwijl wij nu hier zijn? Moet het meteen dan maar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zijn? In de verhalen van Advent hoor ik iets anders. Dat de verlossing en de redding waar zo smachtend naar uitgezien wordt, al onder ons is. Je moet het wel zien, want het is klein. Zo klein als het kleinste kaarsvlammetje. Maar het stelt je in staat om je in het donker te oriënteren. Soms is het een herinnering, een ervaring, een verhaal van God met de mensen, daar waar je warm van wordt. Dat is Advent: dat er iets heel kleins is dat richting geeft!
 
Tel je zegeningen
Verwachting en verlangen raken elkaar. In een sterk verlangen realiseert zich al wat gaat komen. Het is een kiem, een mosterdzaadje, het groeit tegen de verdrukking in door de kieren van de straattegels heen. De Doper moet geleefd hebben vanuit dat sterke verlangen. Maar tegelijkertijd is er ook de twijfel, de teleurstelling, de tegenslag. Goede en slechte tijden. Dus let goed op de tekenen, let op die groene uitspruitsels - klinkt het telkens - let op die kleine dingen die we bijna over het hoofd zien. Tel je zegeningen, al die kleinigheden waar we aan voorbij leven. Want je ziet het zomaar over het hoofd.
 
Ruud Foppen
 

terug
 
 

Kerkdienst
datum en tijdstip 28-01-2018 om 10.00 uur
Epifanie, heling meer details

 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.